Telefoonkaarten

Er bestaan verschillende systemen voor het opslaan en bijwerken van het tegoed:

De optische telefoonkaarttechniek (Optische kaart): Deze kaart wordt door een optische kaartlezer gelezen, de optische kaart bevat maximaal 120 tikken en bij een dubbele balk maximaal 240 tikken. Er zijn twee verschillende optische kaarten, met thermolak en zonder thermolak (fullface). De holografische kaart wordt per unit weggebrand en dit is zichtbaar door middel van een streepje op de kaart, de optische kaart bestaat sinds 1977. België en Nederland hebben deze techniek tot aan het midden van de jaren negentig gebruikt.

Kaarten met een magneetstrip (magneetkaart) kunnen door de sleuf van een kaarttelefoon worden geschoven en er kan op rekening worden getelefoneerd. In Nederland heeft men in het begin van de jaren negentig een proef gedaan met zo'n kaart in ziekenhuizen, maar dit werd geen succes.

Chipkaarten met een ingebouwde CP8-microcomputerchip (zie Chipkaart). De chipkaarten zijn er qua codering in twee varianten.

De eurochip, waarde in geld.

De T2G, waarde in units.

De chip wordt in de meeste landen gebruikt.